Een nieuw systeem voor kwaliteitszorg

Contactpersoon: Steven Van Luchene

Wat voorafging: 1991 - 2012

Al sedert 1991 is een systeem in voege waarbij alle opleidingen van alle universiteiten (en vanaf 2001 ook alle hogescholen) recurrent geëvalueerd worden door panels van onafhankelijke experten. Een opleiding schrijft daartoe eerst een zelfevaluatierapport. Vervolgens bezoekt het panel de opleiding en spreekt er met alle geledingen. Na afloop van het bezoek beoordeelt het panel de opleiding op een aantal voorgeschreven criteria en schrijft hierover een rapport dat wordt gepubliceerd. De coördinatie en organisatie van de universitaire visitaties was in handen van de VLIR Cel Kwaliteitszorg.

Naar aanleiding van de Ba/Ma hervormingen werden hieraan in 2004-2005 de accreditaties toegevoegd. Een speciaal daartoe opgerichte binationale organisatie (de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie of NVAO) kent op basis van de gepubliceerde rapporten officiële kwaliteitskeurmerken of accreditaties toe die de opleidingen van dan af nodig hebben om verder door de overheid gefinancierd te worden.

Vanaf 2012/2013 ging een tweede ronde opleidingsaccreditaties van start. Het beoordelingskader werd aangepast (van 21 naar 3 beoordelingscriteria), de Cellen Kwaliteitszorg van VLIR en VLHORA werden geïntegreerd en intern verzelfstandigd binnen VLUHR, en een nieuw element, de instellingsreview, werd aan het stelsel toegevoegd met de bedoeling om ook het overkoepelende kwaliteitsbeleid op instellingniveau te evalueren.


Roep om een slimmer en slanker stelsel: 2013/2014

Al in 2013 bleek dat universiteiten en hogescholen het samenlopen van de pas gestarte nieuwe visitatie/accreditatieronde met de interne voorbereidingen op de eerste ronde instellingsreviews maar moeilijk konden behappen. Waar planlastvermindering werd beloofd nam de regel- en verantwoordingsdruk verder toe en waar hernieuwd eigenaarschap werd vooropgesteld verloor het visitatiestelsel in snel tempo draagvlak. De roep om vertrouwen, autonomie en een slimmer en slanker systeem van extern toezicht klonk aldoor luider. In hun gezamenlijk memorandum, dat eind februari 2014 werd gepubliceerd, houden VLIR en VLHORA een pleidooi voor een systeem waarin de geplande instellingsreviews worden behouden - zodat de hogeronderwijsinstellingen kunnen aantonen dat ze de kwaliteit van hun eigen beleidsvoering en hun eigen opleidingen stevig in handen hebben - en worden aangevuld met steekproeven bij een beperkt aantal opleidingen om dit te verifiëren.


Een nieuw perspectief: op weg naar instellingsaccreditatie 2015-2020


Na de verkiezingen en het aantreden van de nieuwe Vlaamse regering mid 2014, kondigde minister Crevits aan dat zij gehoor wilde geven aan de roep van de instellingen. In oktober 2014 werd een Task Force ingesteld waarin universiteiten, hogescholen, studenten, NVAO, VLUHR KZ en de overheid samen concrete systeemwijzigingen uitwerkten. Dit resulteerde in een decreetswijziging die, samen met de aangepaste beoordelingskaders en een kwaliteitscode, in juni 2015 door de Vlaamse werd goedgekeurd.

Met dit nieuwe decreet wordt er een ontwikkelingstraject uitgetekend dat alle partners in staat moet stellen om tegen 2020 de overstap te maken naar een systeem van instellingsaccreditatie. Alle instellingen krijgen vanuit dit perspectief de mogelijkheid om in aanloop van de eerste ronde instellingsreviews pilots te ontwikkelen waarin zij de borging van de opleidingskwaliteit in eigen regie vormgeven en testen. Tijdens de instellingsreviews die zullen worden uitgevoerd in 2016-2017 wordt vervolgens voorzien in een aanvullende en verbetergerichte beoordeling van deze pilots, waarna in 2018 een systeembrede evaluatie wordt opgezet waarin de definitieve overgang naar instellingsaccreditatie verder wordt geconcretiseerd. Instellingen die kiezen om mee te stappen in dit ontwikkelingstraject, zijn vanaf mid-2015 tijdelijk vrijgesteld van de opleidingsvisitaties (behalve voor nieuwe opleidingen, opleidingen in een hersteltraject en internationaal georganiseerde opleidingen) zodat maximaal geïnvesteerd kan worden in de verdere versteviging van de interne kwaliteitszorg.

Alle universiteiten beslisten om mee te stappen in de pilotfase en dus constructief mee te bouwen aan de verdere ontwikkeling van het kwaliteitszorgstelsel. De instellingen waarderen het vertrouwen en de autonomie die hen daarvoor werd gegeven en zijn zich ook sterk bewust van de verantwoordelijkheid die hierdoor op hun schouders komt liggen. De universiteiten zijn op dit ogenblik volop bezig met het doorlichten en verder op punt stellen van hun interne kwaliteitszorgvoorzieningen. Interne monitoringsystemen worden ontwikkeld, internationale netwerken worden aangesproken en onderzocht wordt hoe studenten, externe peers en onafhankelijke vakgenoten blijvend bij de eigen kwaliteitsborging kunnen worden betrokken.



Positie van de VLIR
De VLIR is ervan overtuigd dat de instellingsreview, samen met het ontwikkelingspad dat door het nieuwe decreet werd uitgezet, de kwaliteitszorg een nieuw elan zal geven. We durven vooruit te blikken op een kwaliteitscultuur waarin instellingen en iedereen daarbinnen voor de eigen verantwoordelijkheden worden geplaatst, maar waarin het hoger onderwijs ook de vrijheid krijgt om met eigen een visie en expertise verder te werken aan excellent onderwijs. Ook in de komende jaren, die met het ontwikkelen van de pilots en de laatste voorbereidingen op de instellingsreviews een erg bijzonder jaar op het gebied van kwaliteitsontwikkeling belooft te worden, wil VLIR deze overtuiging blijven uitdragen en ondersteunen.