De VLIR-werkgroep Gelijke Kansen stelt op regelmatige basis een stand van zaken van het gelijkekansenbeleid aan de Vlaamse universiteiten op. In 2002 verscheen het eerste gelijkekansenrapport van de VLIR, in 2005 het tweede. De werkgroep Gelijke Kansen stelde op 14 januari 2011 het rapport 'Gelijke Kansen en Diversiteit 2010' voor.
Download:
Lees meer:
VLIR Gelijkekansenrapport 2005
In het tweede VLIR-Gelijkekansenrapport wordt in de eerste plaats de ondervertegenwoordiging van vrouwen en allochtonen aan de Vlaamse universiteiten, zowel bij de studenten als het personeel, in kaart gebracht. De nadruk ligt op wat de Vlaamse universiteiten beleidsmatig ondernemen om deze ondervertegenwoordiging te verhelpen.
De resultaten van het tweede VLIR-Gelijkekansenrapport zijn een stuk beter dan drie jaar geleden. Toen werd duidelijk dat de meeste universiteiten wel tal van initiatieven lanceerden, maar dat een geïntegreerde aanpak meestal ontbrak.
Dat het tij volop aan het keren is, blijkt uit dit rapport. Alle universiteiten voeren nu een structureel beleid of zijn druk bezig met de ontwikkeling ervan. Een centrum, instituut of cel voor gelijkekansenbeleid bestaat overal. De modaliteiten inzake klachtenopvang worden uitgewerkt en netwerken omtrent gelijke kansen worden uitgebouwd. Daarnaast wordt een aantal specifieke voorzieningen uitgewerkt die de combinatie tussen werk en gezin moeten faciliteren, de instroom en doorstroom van allochtone studenten zullen verbeteren en de universiteit in zijn geheel meer divers beogen te maken. Voorbeelden hiervan zijn de oprichting van een meldpunt of het aanstellen van een vertrouwenspersoon voor klachten inzake gelijke kansen, kinderopvangcentra voor het personeel, verzekering voor de opvang van zieke kinderen, een systeem van glijdende arbeidstijden, mogelijkheid tot thuisarbeid, organiseren van een pakket aan multiculturele vorming voor het personeel, uitbouw van een onthaalbeleid voor internationale studenten en nieuwe personeelsleden.
Hoewel 'gelijke kansen' overal op de agenda staat, verschilt de focus van universiteit tot universiteit. Terwijl sommige instellingen in de voorbije jaren hun beleid hierbij vooral op de genderthematiek gericht hebben, zijn andere meer vanuit een diversiteitsperspectief vertrokken, dat ook andere doelgroepen beoogt.
Voor gejuich is het echter te vroeg. Hoewel op beleidsvlak één en ander aan het wijzigen is, moet dit beleid ook in de statistieken voelbaar worden. Dat is momenteel nog niet het geval: hoewel in 2004 ongeveer de helft van het totale personeelsbestand van de universiteiten uit vrouwen bestaat, is slechts 15,5% van het Zelfstandig Academisch Personeel (ZAP) een vrouw. Ook voor de hogere echelons van het Administratief en Technisch Personeel (ATP) wordt een significante ondervertegenwoordiging opgetekend. De aanwezigheid van allochtone studenten en personeelsleden aan de universiteiten blijft eveneens ondermaats, al ontbreken hier concrete, voor heel Vlaanderen vergelijkbare data.
Om de ondervertegenwoordiging te verhelpen is een blijvend engagement van de top nodig en moet het gevoerde beleid op regelmatige basis worden geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. Dit rapport vormt daartoe een handig instrument. Naast een opsomming van het gevoerde beleid komen er immers ook een aantal 'good practices' en aanbevelingen in aan bod. Voorbeelden hiervan zijn het verzamelen van naar geslacht opgesplitste statistieken en van cijfergegevens over de instroom en doorstoom van allochtonen. Universiteiten die een duidelijke keuze van gelijkekansenstrategie vooropstellen, dienen conform deze strategie te voorzien in uitdrukkelijk geformuleerde en meetbare doelstellingen op korte en lange termijn. De aanwezigheid en identiteit van meldpunten en vertrouwenspersonen dienen duidelijk aan de universitaire gemeenschap gecommuniceerd te worden.
De VLIR hoopt dat al wie zowel binnen als buiten de universiteit begaan is met het voeren van een gelijkekansenbeleid, in dit rapport een rijke bron van informatie zal vinden.
Download:
TOP
VLIR Gelijkekansenrapport 2002
Op 14 juni 2002 heeft de VLIR-werkgroep Gelijke kansen zijn rapport ter bevordering van gelijke kansen aan Vlaamse universiteiten voorgelegd aan de VLIR. Na aanpassing werd het rapport goedgekeurd. Tijdens de raadsvergadering van 14 juni 2002 is de VLIR overeengekomen dat de universiteiten om de drie jaar een rapport betreffende hun gelijkekansenbeleid aan de VLIR voorleggen. Dit rapport wordt voor analyse en advies overgemaakt aan de VLIR-werkgroep Gelijke kansen.
Het rapport ter bevordering van gelijke kansen aan Vlaamse universiteiten omvat twee delen: 1) gelijke kansen voor mannen en vrouwen en 2) gelijke kansen voor allochtonen. Telkens wordt een onderscheid gemaakt tussen de resultaten van de bevraging in elke instelling inzake de voorzieningen en reeds genomen initiatieven m.b.t. een gelijkekansenbeleid en de bijhorende aanbevelingen voor het beleid. De antwoorden op de bevraging geven vaak het standpunt van individuen of een bepaalde groep binnen de universiteit weer. De resultaten van de bevraging beogen dus niet het volledige beeld van de universiteit weer te geven. De beleidsaanbevelingen inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen en allochtonen werden door de werkgroep geformuleerd en samengevat als conclusie.
Download:
TOP